Risicoregeling

Er bestaat een regeling voor de woning- en utiliteitsbouw voor het opvangen van prijswijzigingen. De Risicoregeling Woning- en Utiliteitsbouw 1991. Voor deze standaardregeling worden maandelijks indexcijfers vastgesteld. Hiermee is verrekening van prijswijzigingen mogelijk. De Risicoregeling Woning- en Utiliteitsbouw 1991 is standaard niet van toepassing. De regeling zal contractueel vastgesteld moeten zijn in bijvoorbeeld het bestekboek. Het niet noemen van deze regeling geeft de aannemer dus geen recht op verrekening van dergelijke prijswijzigingen. Toch is het wellicht verstandig om aan te geven in het bestekboek dat de regeling niet van toepassing is dan hier niets over te zeggen. Zo is het vooraf voor alle inschrijvers duidelijk. In de Stabu-systematiek kan hiervoor paragraaf 00.04 of 01.04 worden gehanteerd.

Bijvoorbeeld 00.04.10.01 of 01.04.10.01:
WIJZIGING KOSTEN EN PRIJZEN NIET VERREKENBAAR
Niet verrekenbaar zijn wijzigingen van:
– loonkosten.
– materiaalprijzen.
– brandstofprijzen.
– huren.
– vrachten.

Meestal wil de opdrachtgever geen verrekening van prijzen. Toch kan dit in geval van langlopende projecten een betere vergelijking geven tijdens aanbestedingen. Wanneer men geen risicoregeling toepast zal de aannemer zelf een veiligheidsmarge inbouwen. Dit is een inschatting en hierdoor kunnen dus makkelijker verschillen ontstaan bij de aanbesteding. Dit kan tot gevolg hebben dat prijzen niet meer als appels met elkaar te vergelijken zijn. Uiteraard is het voordeel van het niet toepassen van een dergelijke regeling dat de prijs vast is tot het einde van het werk.

Meerdere administratieve bepalingen

Perceel
Onder perceel wordt in dit verband verstaan: een afzonderlijk deel van het op te dragen werk. Bij een aanbesteding kunnen meerdere percelen worden ondergebracht.

Meerdere percelen
Bij aanbesteding in meerdere percelen wordt dikwijls 1 set administratieve bepalingen gebruikt. Dit lijkt heel logisch en handig maar dat is het niet. De UAV spreekt over aannemer en niet over de aannemer van de installatie-technische werken of de aannemer van de bouwkundige werken. De UAV maakt hier dus geen onderscheid in. De bepalingen die de Stabu levert op basis van de UAV maken hier (in principe) ook geen onderscheid in. Met andere woorden: voor elk bestek(boek) moeten aparte administratieve voorwaarden worden opgesteld. Ook de Stichting Stabu besteed hier aandacht aan.
relatiebestekboekenDe aparte voorwaarden zijn voor een groot gedeelte gelijk. Enkele uitzonderingen bevinden zich bijvoorbeeld onder de coördinatie van werken van derden, de V&G-coördinator, het algemeen tijdschema, de Car-verzekering, Loodsen en keten, afvoer van afval etc. Nu lijkt het heel omslachtig om met meerdere administratieve bepalingen te werken maar dat is het niet (ervan uitgaande dat de administratieve bepalingen voor het overgrote deel gelijk zijn aan elkaar). Het vastleggen van de verplichtingen per aannemer wordt een stuk eenvoudiger en duidelijker. Voor de aannemers wordt het op deze wijze ook een stuk duidelijker. Er zal nu nooit verwarring kunnen ontstaan wanneer er gesproken wordt van aannemer in de betreffende bestekboeken (elk perceel heeft immers zijn eigen administratieve bepalingen).

Bovenstaande is natuurlijk alleen van toepassing indien men in meerdere percelen aanbesteed. Indien men niet aanbesteed onder meerdere percelen kan dit natuurlijk wel met meerdere deelbestekboeken. Het is echter van groot belang dat de relatie van de verschillende bestekboeken goed wordt vastgelegd. Meerdere administratieve bepalingen voor dergelijke werken is uiteraard niet de bedoeling.