Schoonwerk beton: update

In mijn eerdere blog over schoonwerk beton is te lezen hoe de norm NEN 6722-02 en CUR Aanbeveling 100–04 de verschillende oppervlakteklassen omschrijven. NEN 6722-02 is inmiddels ingetrokken en vervangen door NEN-EN 13670-09. CUR Aanbeveling 100-04 is vervangen door CUR Aanbeveling 100-13. Hoe regelen we nu schoonwerk beton in de uitvraag?

NEN
Op www.nen.nl is direct een opvallend bericht te lezen. Hierin wordt aangegeven dat de NEN 6722-02 is komen te vervallen maar dat de vervangende (Europese) norm niet alle bepalingen uit de NEN 6722-02 ondervangt. Om die reden is besloten een nationale restnorm te ontwikkelen.

STABU
Nog opvallender voor mij was het bericht van Stabu wat zij op haar website publiceerde met betrekking tot deze restnorm. Hierin is te lezen dat de restnorm (nationale bijlage NEN 8670) wegens budget problemen voorlopig niet uitgebracht zal worden. De Stabu heeft in haar nieuwste catalogus (versie 2014-2) de NEN-EN 13670-09 wel opgenomen en verwijst voor de betonoppervlakte voorlopig naar tabel F.4 uit deze norm.

Oppervlakteklasse
Is de aanduiding in tabel F.4 van NEN-EN 13670-09 voldoende op een oppervlakteklasse aan te duiden in de uitvraag? We leggen tabel B (NEN 6722-02) en tabel F.4 (NEN-EN 13670-09) naast elkaar.

tabelF4

tabelB

 

Wat direct opvalt is dat er in NEN-EN 13670-09 geen specifieke eisen worden gesteld. NEN 6722-02 gaf alleen specifieke eisen voor klasse A (standaardklasse). In de huidige situatie zal dus voorlopig een specificatie opgegeven moeten worden. Ook als het hier gaat om een zogenaamde ‘standaard’ klasse. Een mogelijkheid kan zijn om voor ‘egale afwerking’, en in sommige gevallen ook ‘normale afwerking’, volgens tabel F.4 (NEN-EN 13670-09) toch een verwijzing te maken naar bovenstaande tabel B (ondanks dat deze norm is ingetrokken) of deze specificaties zelf op te nemen in de uitvraag. Voor de speciale afwerking volgens tabel F.4 (voorheen klasse B in NEN 6722-02) kan heel goed gebruikt worden gemaakt van CUR Aanbeveling 100-13.

CUR Aanbeveling 100-13
De oppervlakteklassen B1 en B2 in de (nieuwe) CUR-Aanbeveling 100 zijn gehandhaafd. Binnen klasse B1 is een onderscheid gemaakt tussen civiele en niet-civiele werken. Verder is klasse B9 toegevoegd. Een groot verschil is de kleur. Gekleurd beton moet gespecificeerd worden in klasse B9. B1 en B2 zijn uitsluitend voor grijze beton bedoeld. Wel kunnen de specificaties die voor B1 en B2 gelden als leidraad dienen voor B9. Het is dus van groot belang om een goede projectspecificatie te maken. De CUR-Aanbeveling 100-13 geeft middels bijlage F een controlelijst met betrekking tot de op te stellen projectspecificatie.

Daarnaast is het aanstellen van een projectcoördinator verplicht. Dit kan wisselen in de verschillende fasen van een project. Zo kan tijdens de ontwerpfasen/voorbereidingsfasen bijvoorbeeld de architect of de projectleider worden aangesteld. In de uitvoeringsfase zou dit de aannemer kunnen zijn. Een derde (specialist) zou wellicht de beste keus zijn. Deze kan in alle fasen de coördinator zijn.

Ten slotte
Onduidelijkheid over schoonwerkbeton is nog steeds groot. De uitvraag is heel belangrijk. Gewoon een kleur opgeven en opgeven dat het oppervlak vlak en glad moet zijn is absoluut niet voldoende. Hoe meer men vooraf specificeert hoe beter het eindresultaat.

De bankgarantie

Vanuit de UAV is de opdrachtgever gerechtigd om van de aannemer een zekerheid te stellen voor het nakomen van zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst. Over het algemeen wordt hiervoor de bankgarantie gehanteerd. De hoogte hiervan wordt meestal uitgedrukt in een bepaald percentage van de aanneemsom voor een bepaalde looptijd. In de regel loopt deze tot aan de oplevering of indien gevraagd tot het einde van de onderhoudstermijn.

Hoogte van de bankgarantie
Paragraaf 43a. Lid 3 van de UAV zegt:
‘ de waarde van de zekerheid is gelijk aan 5% van de aannemingssom en de zekerheid dient gesteld te worden in de vorm van een bankgarantie’.
Van dit percentage kan worden afgeweken.
Lid 1 van paragraaf 43.a:
‘Het bepaalde in deze paragraaf is van toepassing, tenzij het bestek anders bepaalt’.
In geval van een onderhoudstermijn wordt het percentage vaak verminderd na de oplevering gedurende de onderhoudstermijn.

On demand
De laatste tijd wordt steeds vaker een bankgarantie op eerste afroep voorgeschreven. Bij deze vorm van bankgarantie wordt het bedrag van de bankgarantie uitgekeerd aan de opdrachtgever op eerste verzoek van deze. De bank gaat dus een verplichting aan met de opdrachtgever. Deze garantie staat dus in feite los van de aannemingsovereenkomst, waardoor de bank zich niet kan beroepen op de voorwaarden van deze aannemingsovereenkomst. De opdrachtgever kan dus direct beschikken over financiële middelen om de herstelwerkzaamheden op kosten van de aannemer uit te voeren. Deze afroepbankgarantie wordt ook wel een on demand bankgarantie genoemd.

Raad van Arbitrage
Er dient bij de toepassing van een on demand bankgarantie wel een uitdrukkelijke afwijking op paragraaf 43a gemaakt te worden. Lid 4 van die paragraaf zegt immers:
‘Indien de opdrachtgever voornemens is de bankgarantie in te roepen geeft hij de aannemer daarvan bij aangetekende brief kennis. De opdrachtgever is gerechtigd de bankgarantie in te roepen, tenzij de Raad van Arbitrage voor de Bouw, in een door de aannemer binnen tien werkdagen aanhangig te maken spoedgeschil, in eerste aanleg anders beslist.’

Ondanks het feit dat de overeenkomst tussen opdrachtgever en bank niets te maken heeft met de UAV is het toch verstandiger en op zijn minst duidelijker om paragraaf 43.a lid 4 uit te sluiten.

Beëindiging van de Bankgarantie
Paragraaf 43a lid 5 zegt:
‘De zekerheid blijft van kracht tot het tijdstip waarop het werk als opgeleverd wordt beschouwd, met dien verstande dat, indien sprake is van kleine gebreken als bedoeld in par. 9, zevende lid, de zekerheid van kracht blijft tot het tijdstip waarop de aannemer deze gebreken heeft hersteld. Indien in het bestek een onderhoudstermijn is voorgeschreven, blijft de zekerheid van kracht tot overeenkomstig par. 11, zesde lid, is geconstateerd dat de aannemer aan zijn verplichtingen heeft voldaan.’

Bankgarantie tot en met oplevering
Paragraaf 9 lid 7 zegt:
‘Kleine gebreken, die gevoeglijk vóór een nog volgende betalingstermijn kunnen worden hersteld, zullen geen reden tot onthouding van goedkeuring mogen zijn, mits zij een eventuele ingebruikneming niet in de weg staan. De aannemer is gehouden de in dit lid bedoelde gebreken zo spoedig mogelijk te herstellen.’

Indien er geen onderhoudstermijn (tijd) is overeengekomen en dus ook geen onderhoudsbetalingstermijn is de laatste betalingstermijn dus de oplevertermijn. Het werk hoeft dus niet goedgekeurd te worden (en dus niet opgeleverd) bij kleine gebreken (opleverpunten). De bankgarantie blijft dan dus ook gewoon staan en de opleverbetalingstermijn hoeft te niet gedaan te worden tot dat alle gebreken verholpen zijn.

Bankgarantie tot en met oplevering
Paragraaf 11 lid 6 zegt:
‘Na afloop van de onderhoudstermijn zal het werk wederom worden opgenomen om te constateren, of de aannemer aan zijn verplichtingen heeft voldaan, waarbij wordt gehandeld overeenkomstig het bepaalde in § 9.’

Na de onderhoudstermijn is er geen betalingstermijn meer. Ook hier geldt dan dat het werk niet goedgekeurd hoeft te worden en de onderhoudstermijn dus niet wordt afgesloten. Dit betekent dan ook dat de laatste betalingstermijn niet betaald hoeft te worden tot dat alle gebreken zijn verholpen. De bankgarantie blijft dan ook staan.

De BNB
De BNB (Bond van Nederlandse Bestekdeskundigen) heeft een zogenaamde gereedschapskist uitgegeven waarin paragraaf 43a in zijn geheel wordt vervangen door een bepaling in het bestek. Ook de BNB adviseert haar leden om de on demand bankgarantie op te nemen in de bestekboeken.

Ten slotte
Zorg dat het model bankgarantie, de UAV en het bestekboek elkaar niet tegen spreken. Vaak genoeg leveren andere partijen (bijvoorbeeld de opdrachtgever) de modellen aan en wordt het bestek door een adviseur opgesteld. Strijdigheden liggen op de loer in dergelijke situaties.